Afspraak maken

Naar Emmaüs en weer terug

Het is begin van de middag, de zon staat hoog aan de hemel en we zijn op weg. We laten Jeruzalem achter ons, een plek waar zoveel gebeurd is de afgelopen dagen, we zijn er nog een beetje stil van. 

Gedachten tuimelen door mijn hoofd, een zwaar gevoel drukt op mijn hart. Teleurstelling en verdriet, dat is eigenlijk wat overheerst. Waar we eerder allemaal hadden gehoopt dat we bevrijd zouden worden van de Romeinse onderdrukkers, is het helemaal anders gelopen. Jezus, waarvan we dachten dat Hij ons zou redden, is gestorven. En hoe! Aan het kruis genageld, afschuwelijk, ik kon het niet aanzien en ben weggegaan.

Bij mijn beste vriend lopen de tranen over zijn wangen, ik sla een arm om hem heen en al pratend komen we aan bij een plek waar we even een rustpauze nemen. Terwijl we verder willen lopen, komt er een man aan – Hij loopt met ons mee op en vraagt wat er aan de hand is. Zou hij als enige niet weten wat er gebeurd is? Hij kijkt ons vriendelijk aan en een stille uitnodiging om ons hart te delen komt ons tegemoet. 

Zijn we er al bijna? Wat is de tijd omgevlogen, onze medereiziger heeft ons versteld doen staan, wat een kennis en wat een wijsheid klonken er door de woorden heen die deze man sprak. Door alle boeken van Mozes heen liet hij ons zien dat er wel degelijk een Messias zou komen die moest lijden, het staat letterlijk geschreven! Ongemerkt heeft het verdriet plaatsgemaakt voor nieuwe hoop.

Terwijl we Emmaus naderen en we aanstalten maken om naar ons huis te lopen, lijkt het erop alsof onze vriend door wil lopen. Ondertussen gaat de zon bijna onder, we hebben een flinke wandeling achter de rug. Spontaan nodig ik hem uit om de maaltijd met ons te delen, dat is het minste wat ik kan doen voor deze man.

Na een warm welkom van mijn vrouw, nemen we met zijn allen plaats aan tafel. Onze gast pakt het brood, hij breekt het – en op dàt moment… het is alsof mijn ogen opengaan. Mijn vriend en ik kijken elkaar vol blijde ontzetting aan – want, het is Jezus! Hij is het echt! Ik spring overeind, maar verbaasd kijk ik om me heen; waar is Hij opeens? Hij is weg!

Zag je dat? Heb jij het ook gezien? We praten door elkaar heen en vallen elkaar in de armen, want dat was Jezus! Alles, maar dan ook alles valt op z’n plek, de woorden die we vanmiddag hebben gehoord – het is alsof het kristalhelder is geworden. Dit moeten we de rest ook vertellen, we bedenken ons geen moment – eten wordt in een zak gedaan voor onderweg. We gaan weer terug naar onze vrienden, terug naar de stad die we dezelfde dag nog verlieten in stille wanhoop.

Onze tred is veerkrachtig, onze ogen glanzen, ons hart zingt. De messias is gekomen en wij hebben Hem gezien.

Hij is waarlijk opgestaan!

Delen mag!